Geschil over buitengerechtelijke kosten na jarenlange letselschadebehandeling: rechtbank wijst vergoeding deels toe aan twee belangenbehartigers

Het geschil draait om de vraag in hoeverre een aansprakelijke verzekeraar buitengerechtelijke kosten moet vergoeden die door het slachtoffer zijn gemaakt in een langdurige en complexe letselschadezaak. Daarbij staat met name ter discussie of de inzet van twee belangenbehartigers redelijk en noodzakelijk was en of alle gedeclareerde kosten voldoende zijn onderbouwd. De rechtbank oordeelde dat de aansprakelijke verzekeraar een aanzienlijk deel van de gevorderde buitengerechtelijke kosten moest vergoeden, omdat de werkzaamheden van twee belangenbehartigers redelijk waren gezien de langdurige en complexe letselschadeafwikkeling. Een deel werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

De rechtbank wijst dit verzoek af. [Verweerster] had in haar verweer al toegezegd het voorschot uit coulance te betalen na opgave van een rekeningnummer. De rechtbank oordeelt daarom dat [verzoeker 1] c.s. onvoldoende belang hebben bij een veroordeling, omdat betaling feitelijk al is toegezegd en geacht wordt te zijn uitgevoerd.

De rechtbank wijst dit verzoek gedeeltelijk toe. De kosten zijn in beginsel redelijk en deels verschuldigd op grond van de werkafspraken en artikel 6:96 BW, maar niet volledig. De rechtbank maakt onderscheid tussen:

  • kosten die wél betrekking hebben op erkende aansprakelijkheid (medicatiefout), en
  • kosten die zien op niet-erkende aansprakelijkheid (reanimatie e.d.), die niet vergoed worden.

Daarnaast vindt de rechtbank dat een deel van de kosten niet onder de dubbele redelijkheidstoets valt of onvoldoende kan worden toegerekend. Daarom worden de kosten schattenderwijs beperkt en deels toegewezen.

De rechtbank wijst dit verzoek grotendeels af en begroot een lager bedrag (€ 4.490,38):

  • Alleen kosten die direct samenhangen met het deelgeschil zelf vallen onder art. 1019aa Rv.
  • Uren die zien op de voorlopige deskundigenprocedure en bredere werkzaamheden vallen daar niet onder.
  • De rechtbank acht de opgevoerde tijdsbesteding deels bovenmatig en stelt die schattenderwijs fors lager vast (12,5 uur).

Resultaat: het gevorderde bedrag wordt niet gevolgd; de kosten worden zelfstandig begroot en deels toegewezen.

Kosten

aantal uren verminderd

Resultaat

toe- en afgewezen