Ondanks ontbreken medisch objectiveerbaar hersenletsel wel sprake van juridische causaliteit tussen klachten en ongeval
Bij het verplaatsen van een stellingkast valt een metalen buis (10 kg) op achterhoofd verzoekster, waarvoor werkgever ex art. 7:658 BW aansprakelijk is. Onduidelijk is van welke hoogte deze buis is gevallen. Ook na een NPO en een psychiatrische expertise kan geen medisch objectiveerbaar hersenletsel worden geduid. Het (juridisch) causaal verband is wel voldoende aannemelijk, aangezien er sprake is van een coherent en plausibel klachtenpatroon, alternatieve oorzaken ontbreken en er geen sprake is van relevante pre-existentie.
Verzoekster verzoekt de kantonrechter:
(1) te verklaren voor recht dat de klachten en beperkingen die geleid hebben tot verminderd arbeidsvermogen het rechtstreekse gevolg zijn van het bedrijfsongeval
Toewijzing van het verzoek, in die zin dat er sprake is van juridisch causaal verband. Geen medisch objectiveerbaar hersenletsel – ook niet na een NPO en een psychiatrische expertise, een neurologische expertise heeft niet plaatsgevonden – maar wel is het voldoende aannemelijk, aangezien er sprake is van een coherent en plausibel klachtenpatroon, alternatieve oorzaken ontbreken en er geen sprake is van relevante pre-existentie.
Onder meer het volgende is relevant:
- Journaal van huisarts laat zien dat in de eerste dagen na ongeval al werd geklaagd over hoofdpijn, misselijkheid, concentratieproblemen enz. Let wel: geen bewustzijnsverlies, wat van meet af aan al duidelijk was.
- Huisarts constateerde een zwelling van 3 bij 3 cm op het hoofd. Diagnose: hersenschudding
- Neuroloog constateerde 8 weken na ongeval een een gevoelig bultje op hoofd. Diagnose: hersenschudding
- NPO (1 jaar en 8 maanden na ongeval): nog altijd flinke cognitieve en energetische beperkingen. Bij voortduren van klachten speelden reactieve psychogene factoren een belangrijke rol
- Psychiatrisch onderzoek (3 jaar en 8 maanden na ongeval): idem NPO
- Weliswaar sprake van vermoeidheidsklachten voor ongeval, maar dat had een andere aard en oorzaak.
Let wel: de conclusie van de kantonrechter ziet op klachten en beperkingen nog aanwezig tot het moment van de zitting. Over voortdurende klachten kan de kantonrechter geen oordeel geven…
(2) aanvullende voorschotten toe te wijzen, t.a.v. diverse schadeposten
Toewijzing verzoek, nu het causaliteitsverweer van verweerster niet slaagt en bevoorschotting tot dusver beperkt/ondermaats is gebleven:
- VAV over enkele jaren wordt voorzichtigheidshalve vastgesteld voor € 27.000,–
- Voor bepaling smartengeld wordt de Rotterdamse Schaal gehanteerd, waarna een bedrag van € 40.000,– niet bovenmatig wordt geacht.
- Ten slotte, de materiele schadeposten, tot juni ’25, waarvoor 8.087,04 wordt genoteerd.
(3) een aanvullend voorschot toe te wijzen, t.a.v. de BGK
Verzoek = € 34.369,69. Totaal bevoorschotting tot heden = € 9.428,89.
Geen verweer t.a.v. gehanteerde uurtarieven (€ 190,–/€ 200,–), wel t.a.v. de tijdsbesteding (bijna 140 uur).
Kantonrechter: geen volledige vergoeding, aangezien niet gezegd kan worden alle uren in redelijkheid zijn gemaakt. Geen doelmatige behandeling van de zaak. Zaak van gemiddelde complexiteit, waarin dan (te) veel tijd wordt geschreven voor bijvoorbeeld opstellen schadestaat, overleg calculator, zonder dat een noodzaak daarvoor blijkt. Ook de tijd voor dossierstudie is bovenmatig. Verder zijn er ook de nodige klussen met een administratief karakter, waarvoor dan wel het volledige uurtarief wordt gehanteerd.
Conclusie: 100 uur x € 200,– excl. BTW = € 24.200,–
(4) de kosten deelgeschil te begroten en verweerder hierin te veroordelen
Verzoek = € 25.795,90. Bijzonder, het aantal uur is onbekend, het is de kantonrechter zelf die komt tot 89,5 uur, o.b.v. overgelegde declaraties.
Tijdsbesteding is niet redelijk, zo wordt er onder meer 20 uur genoteerd voor bestudering verweerschrift en opstellen pleitnota, te meer ook omdat de spreekaantekeningen veel herhalingen bevatten. Opnieuw wordt veel tijd geschreven voor overleg met calculator en vader verzoekster.
Verder is ook relevant dat het verzoekschrift deelgeschil is ingediend terwijl er wetenschap was van een verzoekschrift voorlopig deskundigenbericht (voor de psychiater), dat zou worden ingediend door verweerster. Geen sprake van een doelmatige keuze.
Begroting: 60 uur x € 220,– x 21% BTW = € 15.972,–. Aansprakelijkheid gegeven en dus volgt ook een veroordeling.
Kosten
Resultaat
Bijzondere procedure. Allereerst de omvang van het deelgeschil, de vraag is of niet het gehele geschil is voorgelegd. Onduidelijk is of dat het geval is, onduidelijk is of hier verweer op is gevoerd. De kantonrechter zelf benadrukt dat bijna het gehele geschil is voorgelegd. Het lijkt er meer op dat het doorbreken van een impasse - wat met name zag op de causaliteitsdiscussie - hier voorrang heeft gekregen. Toepassing van de regels van juridisch causaliteit bij bedrijfsongevallen is iets wat we vaker tegenkomen, wat dan in rechte wordt toe- en/of wordt afgewezen. Feit is en blijft dat van medisch objectiveerbare cognitieve stoornissen (a.g.v. een hersenbeschadiging) niet is komen vast te staan. Ten slotte, de kosten deelgeschil, wat buitengewoon fors is qua aantal uur, ook al zou er sprake zijn van een "inleidend verzoekschrift" en een "aanvullend verzoekschrift", n.a.v. expertiseonderzoek.
