Politie niet aansprakelijk voor motorongeval na korte achtervolging

Een motorrijder raakte in 2022 gewond nadat hij tijdens een korte politieachtervolging in Breda met hoge snelheid in een bocht de controle over zijn motor verloor en tegen een geparkeerde auto botste. Hij stelde de politie en haar verzekeraar aansprakelijk omdat de achtervolging en het gebruik van optische en geluidssignalen volgens hem onrechtmatig waren.

De rechtbank oordeelde dat het ongeval niet werd veroorzaakt door het handelen van de politie, maar doordat verzoeker zelf met te hoge snelheid reed. De politie mocht een stopteken geven en een achtervolging inzetten toen verzoeker niet stopte. Ook het gebruik van optische en geluidssignalen was volgens de rechtbank gerechtvaardigd. Daarom was geen sprake van onrechtmatig handelen en werd aansprakelijkheid afgewezen.

De rechtbank oordeelde dat de politie niet onrechtmatig heeft gehandeld. Er was geen schending van artikel 5 of 6 WVW, de politie mocht een stopteken geven en een achtervolging starten, en het ongeval was het gevolg van het rijgedrag van verzoeker zelf. Daarom zijn de politie en AMS niet aansprakelijk voor de schade.

Omdat de rechtbank geen aansprakelijkheid van de politie aannam, kwam zij niet toe aan een verdeling van de schade op basis van eigen schuld of een billijkheidscorrectie. Het subsidiaire verzoek deelde daarom het lot van het primaire verzoek.

Omdat aansprakelijkheid niet werd vastgesteld, wees de rechtbank deze kosten af.

De rechtbank moet op grond van artikel 1019aa Rv de kosten van een deelgeschil begroten, ook als het verzoek wordt afgewezen. De rechtbank achtte 17 uren tegen een uurtarief van € 270 inclusief btw redelijk en begrootte daarom de kosten op € 4.590 inclusief btw, vermeerderd met € 90 griffierecht. Omdat de aansprakelijkheid van de politie niet is komen vast te staan, werd de politie niet veroordeeld deze kosten te betalen.

Kosten

kosten toegewezen, maar geen veroordeling

Resultaat

afgewezen