Eigen schuld voetganger bij aanrijding door automobilist

Rechtbank Oost-Brabant 2 maart 2021
Verzoeker stak per voet over op een plek waar hij geen voorrang had, zonder goed uit te kijken. Een automobilist zag hem te laat. Ondanks hard remmen was een aanrijding onvermijdelijk. Er zijn fracturen in de linker pols en het rechter onderbeen. De WAM-verzekeraar van de automobilist erkent 50% van de schade te moeten vergoeden.
Verzoek Rechtbank
De kantonrechter wordt verzocht:
1) voor recht te verklaren (primair) dat de automobilist volledig aansprakelijk is en de volledige schade moet vergoeden of (secundair) dat de verzekeraar op grond van de billijkheidscorrectie de volledige schade – of een door de kantonrechter juist geacht aandeel van de schade – moet vergoeden;
Dat verzoeker (overigens ten onrechte) meende dat hij voorrang had betekent niet dat hij niet uit had hoeven kijken voor hij overstak. Hij had oplettender moeten zijn. Hierbij speelt ook mee dat hij op het moment van de aanrijding (om 09:25) onder invloed was van alcohol. De rechtbank gaat niet mee in het verweer dat hij hierdoor niet minder alert is geweest.

De gekozen oversteekplaats was echter niet onlogisch en gezien het gebrek aan alternatieve oversteekgelegenheid voor voetgangers (in een voetgangersrijk gebied) had de automobilist op overstekende voetgangers bedacht moeten zijn. Dat was hij niet: kort voor de aanrijding werd hij afgeleid door zijn zoon die op de bijrijdersstoel zat. De kantonrechter concludeert dat er aan het ontstaan van het ongeluk zowel omstandigheden hebben bijgedragen die voor rekening van verzoeker komen (1/3) als omstandigheden die voor rekening van de automobilist komen (2/3).

Billijkheidscorrectie

Dat verzoeker als zwakke verkeersdeelnemer aan te merken is speelt geen rol bij een billijkheidscorrectie: dit is al verdisconteerd in de 50%-regel. Ook de kwalificatie van het letsel als licht letsel is geen factor bij het wel of niet toepassen van een billijkheidscorrectie: ondanks die kwalificatie zijn de gevolgen van het letsel voor verzoeker immers wel groot. In de combinatie van de vermogenspositie van verzoeker en het feit dat de automobilist verzekerd is, wordt de schadevergoedingsplicht na een billijkheidscorrectie bepaald op 75%.

2) de verzekeraar te veroordelen in de proceskosten ad € 2.615,13. De aan het deelgeschil bestede tijd (11 uur en 18 minuten) en ook het gemiddeld gehanteerde uurtarief (€ 265) wordt niet onredelijk geacht. De 1,5 uur waarvoor in de einddeclaratie het uurtarief van de advocaat wordt gehanteerd, terwijl deze uren volgens een eerder ontvangen nota door een juridisch medewerker/advocaat stagiaire zijn besteed (tegen €0) hoeven niet te worden vergoed. Dit betekent dat de kosten van de deelgeschilprocedure in redelijkheid worden begroot op € 3.006,90 (€ 2.290,00 totaal honorarium + € 236,00 griffierecht + 21% btw over € 2.290,00). De verzekeraar wordt veroordeeld tot volledige vergoeding van de proceskosten

Wat betreft de kosten van het deelgeschil is de ’tweede billijkheidscorrectie’ zoals die ook blijkt uit Van der Slot/Manege Bergemo toegepast.