Noodzakelijke verhuizing en voordeelverrekening

Rechtbank Midden-Nederland
De aankoop van een appartement is een verslechtering van de woonsituatie. Van voordeelverrekening nu geen sprake.
Verzoek Rechtbank
Verzoeker verzoekt de rechtbank bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

(1) voor recht te verklaren dat Univé, voor zover nodig onder door de rechtbank te stellen voorwaarden, gehouden is om ervoor te zorgen dat verzoeker daadwerkelijk een passende en/of aanpasbare woning kan aankopen en de voor aankoop en bewoning noodzakelijke financiële middelen te verschaffen;

(2) voor recht te verklaren dat Univé niet van verzoeker kan vergen dat hij genoegen neemt met verhuizen naar een appartement, ook niet indien een appartement zou kunnen worden gevonden dat in medische en ergonomische zin passend zou zijn en/of zou kunnen worden gemaakt;

(3) voor recht te verklaren, zo nodig onder door de rechtbank te stellen voorwaarden, dat Univé in de gegeven omstandigheden geen beroep toekomt op voordeeltoerekening, althans (subsidiair) dat een dergelijk beroep er niet aan in de weg staat dat verzoeker daadwerkelijk in staat wordt gesteld om een passende en/of aanpasbare woning aan te kopen en te bewonen;

(4) voor recht te verklaren dat de door Univé te verstrekken financiële middelen als hiervoor onder 1 tot en met 3 bepaald, voldoende moeten zijn ter overbrugging van het verschil tussen enerzijds de totale kosten van de aan te kopen woning (inclusief onder meer de kosten van noodzakelijke verbouwingen, transactiekosten, verhuiskosten (zoals in het verzoekschrift onder 2.6.4 nader omschreven), kosten van inrichting en tuinaanleg, de begeleidingskosten van Trivium, et cetera) en anderzijds de opbrengst van de huidige woning, verminderd met de huidige hypothecaire lening van € 180.000 en vermeerderd met een alsdan door verzoeker af te sluiten hypothecaire lening;

(1, 2 en 4) Volgens de rechtbank is een appartement geen goed alternatief. Omdat verzoeker nu in een 2-onder-1-kapwoning woont zou een appartement een verslechtering van de woonsituatie betekenen. De rechtbank is van oordeel dat in ieder geval uit moet worden gegaan van – overeenkomstig de criteria die Trivium heeft genoteerd – een woning met tuin, bijkeuken, hobbykamer en garage. Het is voor de rechtbank nu niet mogelijk om een bedrag vast te stellen dat verzoeker mogelijk te kort komt. Univé dient de financiële middelen te verschaffen die voldoende zijn ter overbrugging van het verschil tussen enerzijds de totale kosten van de aan te kopen woning en anderzijds de opbrengt van de huidige woning me, verminderd met de huidige hypothecaire lening van € 180.000,- en vermeerderd met de alsdan door verzoeker af te sluiten hypothecaire lening.

Om het financieringsprobleem op te lossen acht de rechtbank het meest praktisch en haalbaar als Univé een garantstelling afgeeft voor de hypotheekverstrekker.

(3) Er kan pas gesproken worden van voordeel nadat het feitelijk nadeel volledig is gecompenseerd. Het is niet redelijk om enig voordeel te verrekenen aangezien voordeelverrekening met zich zal meebrengen dat verzoeker geen andere woning aan kan kopen. Bij een garantstelling doet zich overigens geen voordeel voor.

De rechtbank oordeelt verder dat een nieuw huis een toename van het vermogen van verzoeker tot gevolg kan hebben. Verzoeker geniet een eventueel voordeel wanneer hij het huis verkoopt of er op een andere manier financieel voordeel aan ontleent. Wanneer dit aan de orde is en welk bedrag als voordeel gezien moet worden is – door bijvoorbeeld de fluctuerende prijzen van huizen – op dit moment niet duidelijk. Verrekening van mogelijk voordeel door een toename van het vermogen van verzoeker is nu niet redelijk. Het ligt in de rede dat partijen afspraken maken bij eventuele verkoop van het aan te kopen huis.

(5) Univé te veroordelen om aan [verzoeker] te voldoen de kosten zoals bedoeld in artikel 1019aa Rv, conform de specificatie begroot op € 10.862,45;

(6) te bepalen dat de onder III genoemde kosten binnen 14 dagen na de datum van de beschikking moeten worden voldaan om op rekening 68.70.77.9 115 op naam van Stichting Beheer Derdengelden BVD-Advocaten in Veenendaal en dat wettelijke rente verschuldigd zal zijn als dit bedrag niet binnen deze termijn zal zijn voldaan.

(5 en 6) De rechtbank acht het geen eenvoudig deelgeschil. Daarnaast zijn de kosten van de tweede mondelinge behandeling en de akte niet (meer) verdisconteerd in het bedrag dat verzoeker vraagt. De rechtbank zal – overeenkomstig het door verzoeker verzochte bedrag – de kosten begroten op € 10.862,45. Univé wordt veroordeeld tot het betalen van dit bedrag binnen 14 dagen na de datum van de beschikking, te vermeerderen met wettelijke rente als dit bedrag niet binnen deze termijn zal zijn voldaan.

De rechtbank heeft deze uitspraak niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat tegen een beschikking in een deelgeschilprocedure geen hogere voorziening open staat.