Congregatie niet ontvankelijk na verkeersongeval zuster: schade door vervanging geldt niet als letselschade van de benadeelde

Zuster liep ernstig hersenletsel op bij een verkeersongeval. Haar congregatie vorderde vergoeding van vervangingskosten. De rechtbank oordeelt dat de congregatie geen benadeelde is in de zin van art. 1019w Rv en daarom niet-ontvankelijk is; de schade betreft haar eigen vermogensschade, niet die van de zuster.

 

Dit verzoek werd afgewezen. De congregatie is een civielrechtelijke rechtspersoon en valt niet onder de kring van gerechtigden in art. 1019w Rv en is dus niet-ontvankelijk. Daarbij zijn de vervangingskosten niet door de zuster zelf gemaakt maar door de congregatie gedragen. Het betreft dus geen schade van de zuster, maar vermogensschade van de congregatie.

Dit verzoek werd afgewezen. Unigarant heeft aansprakelijkheid al erkend. De veroordeling tot schadevergoeding vloeit rechtstreeks uit de wet; een aparte rechterlijke verklaring voegt niets toe. Daarbij is er geen onderscheid gemaakt tussen de kosten van rechtsbijstand voor de congregatie en voor de zuster. Alleen kosten van de zuster kunnen worden verhaald, nu alleen zij benadeelde is.

Dit verzoek werd gedeeltelijk toegewezen. De kosten worden alleen begroot voor zover deze aan de zijde van de zuster zijn gemaakt (de congregatie is namelijk niet-ontvankelijk). De rechtbank past de dubbele redelijkheidstoets toe en begroot de kosten op € 8.406,18 inclusief btw en griffierecht, waarvoor Unigarant wordt veroordeeld. Daarbij wordt voor de totale kosten uitgegaan van 25 uur x € 275,- voor het indienen van het verzoek en 15,67 uur x € 290,- voor de kosten van de rechtbank. Hiervoor geldt dat er geen onderscheid is gemaakt ten behoeve van wie welke kosten zijn gemaakt (zuster of de congregatie).

Kosten

aantal uren verminderd

Resultaat

afgewezen