Niet kan worden verlangd dat verzoeker aan de slag gaat als werkvoorbereider om schade in de sfeer van VAV te voorkomen
Ongeval uit ’21, bromfiets vs. auto, waarbij verzoeker – opzittende van de bromfiets – orthopedisch letsel oploopt, met blijvende beperkingen. Het buitenrechtelijke traject verloopt stroef, met o.a. diverse dreigingen van procedures, discussies over begeleiding, carrièreperspectief, afronding opleiding (tot werkvoorbereider) en het opstarten van een eigen onderneming. Het buitengerechtelijke traject ging gepaard met lange reactietermijnen. Het komt uiteindelijk tot een deelgeschilprocedure, met meerdere verzoeken, o.a. voor wat betreft de vraag of van verzoeker verlangd kan worden dat hij nu al akkoord moet gaan met werk in loondienst als werkvoorbereider, ter voorkoming/beperking van schade. De rechtbank meent dat dit niet van verzoeker verlangd kan worden.
Verzoeker verzoekt de rechtbank:
(1) vast te stellen dat door Zurich niet verlangd kan worden dat verzoeker als werkvoorbereider inkomen genereert dan wel zich laat omscholen om verlies van arbeidsvermogen te voorkomen/beperken;
Verzoeker – jonge man, 18 jaar ten tijde van het ongeval – is tegen zijn wil in de positie van benadeelde gebracht door het ongeval waar Zurich voor aansprakelijk is. Zijn droom als zelfstandig meubelmaker kan hij niet uitoefenen. Het is aan hem om zijn leven naar eigen inzicht en wens in te richten. Dat maakt dat niet tegen de wil in van hem verlangd kan worden om als werkvoorbereider aan de slag te gaan, ook niet als hij daartoe in staat zou zijn.
Dat hij zijn opleiding tot werkvoorbereider heeft afgerond doet aan dit alles niets af. Verzoeker heeft de opleiding tot werkvoorbereider afgerond om zijn diploma af te ronden, niet met het idee om deze functie uit te voeren. Dat was in een eerder stadium al kenbaar gemaakt, ook tegenover Zurich. Met andere woorden, het zelfbeschikkingsrecht prevaleert boven zijn schadebeperkingsplicht.
(2) vast te stellen dat Zurich gehouden is begeleiding door een AD en bedrijfseconoom te vergoeden
Het verzoek t.a.v. de AD’er wordt afgewezen, het verzoek t.a.v. de bedrijfseconoom toegewezen.
Verzoeker wenst deze deskundigen, bij het werken aan mogelijkheden om zijn geld te verdienen als zelfstandig ondernemer. Het verzoek t.a.v. de AD’er is wat dat betreft onbepaald, niet onderbouwd en onduidelijk. Het verzoek t.a.v. de bedrijfseconoom kan wel helpen: alle eerdere adviezen zijn opgevolgd, daarnaast kan de bedrijfseconoom helpen met het opstellen van een meerjarenplan en de uitvoering daarvan.
(3) Zurich te veroordelen tot betaling van voorschotten op het VAV
Het verzoek ziet op diverse periodes: (a) tot en met februari ’25, wat wordt toegewezen en (b) vanaf maart, wat wordt toegewezen, maar dan wel tot en met oktober ’25.
Het is aannemelijk dat benadeelde vanuit een baan als meubelmaker in loondienst geleidelijk zou toewerken naar een eigen interieurbouwonderneming, iets wat in de feitelijke situatie na ongeval niet mogelijk is gebleken. Zoals gezegd treft het verweer van Zurich – schadebeperkingsplicht geschonden – geen doel.
Ook vanaf maart ’25 is het aannemelijk te achten dat benadeelde een inkomen had gehad dat tenminste gelijk zou zijn geweest aan in de Interieur en Meubelindustrie.
(4) Zurich te veroordelen tot betaling van de openstaande BGK, inclusief de kosten gemoeid met het opstellen van niet ingediende verzoekschriften
De eerste ‘openstaande’ nota’s vallen onder de regeling die partijen eerder hebben getroffen. Voor wat betreft het bedrag dat dan nog openstaat, moet Zurich opkomen, aangezien er geen verweer is gevoerd t.a.v. de redelijkheid.
In beginsel komen uren die de belangenbehartiger heeft gestoken in de voorbereiding van een deelgeschilprocedure voor vergoeding in aanmerking als zijnde buitengerechtelijke kosten. Hiervoor geldt dan wel de dubbele redelijkheidstoets. In totaal zijn er 4 nota’s die zijn op de voorbereiding van een deelgeschilprocedure. Specificering van de gevorderde kosten ontbreekt in casu, t.a.v. nota 1 en nota 2, waardoor Zurich ook geen verweer kan voeren. Die specificering is er wel t.a.v. nota 3 en nota 4.
De rechtbank acht het aannemelijk dat deze werkzaamheden van de belangenbehartiger hebben bijgedragen dat het overleg tussen partijen is geïntensiveerd, wat ook heeft gemaakt dat er uiteindelijk afspraken zijn gekomen. Toewijzing van het verzoek, t.a.v. nota 3 en nota 4. Wel is er een overlap in werkzaamheden, maar daar zal de rechtbank rekening mee houden, t.a.v. de kosten deelgeschil:
(5) De kosten van deelgeschil te begroten en Zurich te veroordelen in de kosten.
Verzoek: 34 uur x € 295,– x 21% BTW = € 12.136,30. Het totaal aantal uur is onredelijk, gezien de uren die eerder al zijn gestoken in het verzoekschrift deelgeschil wat niet is ingediend.
Begroting: 11 uur x € 295,– x 21% BTW = € 3.926,45.
Kosten
Resultaat
Uitgebreid deelgeschil, met enkele relevante rechtsvragen, met name t.a.v. de schadebeperkingsplicht en de (buitengerechtelijke) kosten van eerdere conceptverzoekschriften. Wat ook naar voren komen in deze zaak - en wat ook wel uit de beschikking blijkt - is dat van Zurich een actievere houding verwacht mocht worden, zeker bij een benadeelde die zich - klaarblijkelijk - coöperatief opstelt.
Maar ja, wat nu als de zaak geregeld wordt? Dan kan de man de dag erna als werkvoorbereider aan het werk gaan toch??
