Uitzendkracht valt van gebrekkige buitentrap vakantiewoning: vakantiepark aansprakelijk voor schade

Een uitzendkracht viel van een gebrekkige stenen buitentrap van een vakantiewoning waarin hij verbleef. De rechtbank oordeelde dat de trap, met scheuren en een losliggende steen, niet voldeed aan de veiligheidseisen voor kort verblijvende huurders. Het vakantiepark is aansprakelijk op grond van artikel 6:174 BW.

 

De rechtbank heeft dit verzoek toegewezen. De rechtbank oordeelde dat de stenen buitentrap gebreken vertoonde (scheuren en een losliggende steen) en daardoor niet voldeed aan de eisen die men daaraan mocht stellen, met name gelet op het gebruik door kort verblijvende huurders. De trap vormde een gevaarlijke situatie. Het vakantiepark is als eigenaar en bezitter van de vakantiewoning op grond van artikel 6:174 BW voor deze gebrekkige opstal. Het verweer dat het uitzendbureau als bedrijfsmatig gebruiker aansprakelijk zou zijn op grond van artikel 6:181 BW werd verworpen. 

 

De rechtbank heeft dit verzoek toegewezen. Nu de aansprakelijkheid van het vakantiepark vaststaat, zijn het vakantiepark en Achmea (op grond van artikel 7:954 BW) hoofdelijk gehouden tot vergoeding van alle schade (zowel materieel als immaterieel) die verzoeker door het ongeval heeft geleden en nog zal lijden. 

De rechtbank heeft dit verzoek toegewezen. De rechtbank begrootte de kosten van het deelgeschil op € 8.183,91.  Daarbij is er geen verweer gevoerd tegen de kosten (aantal uren en uurtarief) die zijn opgevoerd door verzoeker.

Kosten

kosten geheel toegewezen

Resultaat

toegewezen