Verzoek tot geldigverklaring vaststellingsovereenkomst 2017 afgewezen: beslissing draagt niet bij aan schikking

Verzoeker vorderde in een deelgeschil dat de rechtbank zou verklaren dat een vaststellingsovereenkomst uit 2017 geldig is. De rechtbank wees het verzoek af omdat een beslissing hierover niet kan bijdragen aan het bereiken van een schikking, nu er al een vaststellingsovereenkomst uit 2021 bestaat. Het verzoek leende zich daarom niet voor behandeling in deelgeschil.

 

De rechtbank wijst het verzoek af op grond van artikel 1019z Rv en oordeelt dat het verzoek zich niet leent voor behandeling in een deelgeschilprocedure. Een beslissing op dit verzoek kan niet bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst, omdat er al een vaststellingsovereenkomst uit 2021 bestaat die door beide partijen is ondertekend. De rechtbank vindt dat het verzoek volstrekt onnodig en onterecht is ingediend, omdat het geen nieuwe inzichten of mogelijkheden voor een schikking biedt.

 

De kosten van de procedure worden niet begroot, omdat de rechtbank acht dat de procedure ‘volstrekt onnodig of onterecht’ is ingesteld. 

Kosten

kosten niet begroot

Resultaat

afgewezen