Ernstig verkeersongeval met blijvend hersen- en oogletsel: rechtbank kent aanvullend voorschot van €63.263,90 toe naast reeds €256.000 schadevergoeding

Na een ernstig ongeval met blijvend hersen- en oogletsel verzoekt slachtoffer pm een extra voorschot. De rechtbank acht schade evident hoger dan betaald, past Rotterdamse Schaal en LOVCK toe (cumulatie letsel) en wijst €63.263,90 toe; onvoldoende onderbouwde posten worden afgewezen.

De rechtbank oordeelt eerst dat alleen HDI als verzekeraar verplicht is tot betaling. De schaderegelaar (Dekra) niet. 

Het opgelopen letsel en het causaal verband zijn niet in geschil. De rechtbank beoordeelt daarom de schade inhoudelijk. De schade is duidelijk hoger dan wat betaald is en daarom wordt er een voorschot van € 63.263,90 toegewezen. De rechtbank gaat in op de diverse schadeposten: 

VAV: de rechtbank rekent bewust terughoudend (alles wat zeker is wordt toegewezen). Daarbij gaat de rechtbank uit van een voorzichtige ondergrens: een MBO-startsalaris in plaats van het hogere (dans)inkomen dat verzoekster stelt. De carrière als danseres is niet waarschijnlijk genoeg, maar wel zeker is dat zij iets had verdiend op MBO-niveau. De hogere maar onzekere verdiencapaciteit blijft open voor later deskundigenonderzoek.

Zorgschade: de rechtbank acht de opgevoerde zorg van 12 uur per week aannemelijk (ook bevestigd door een arbeidsdeskundige), maar rekent dit conservatief uit door een lager uurtarief te hanteren (€ 10,- in plaats van € 15,-, omdat dit laatste tarief onvoldoende onderbouwd is). 

Smartengeld: de rechtbank neemt de Rotterdamse Schaal als uitgangspunt. De definitieve indeling van het hersenletsel is nog onzeker, dus de rechtbank kijkt naar een minimale ondergrens (laagste categorie middel zwaar II).  Een bedrag aan de bovenkant van de bandbreedte is redelijk gezien de jonge leeftijd (8 jaar), het ernstige letsel met veel operaties, de blijvende klachten en beperkingen en het verlies van carrièrekansen. Daarnaast is sprake van verlies van zicht in één oog. Volgens de nieuwe LOVCK aanbevelingen telt dit voor 50% mee, waardoor het smartengeld wordt verhoogd. 

De vervoerskosten en vakantiedagen van ouders worden niet meegenomen in de berekening, omdat deze onvoldoende onderbouwd zijn. De medische kosten (eigen risico) worden wel meegenomen. 

 

Het gevorderde bedrag van € 5.965,30 bestaat uit 17 uur tegen een uurtarief van € 290,- (ex btw). HDI heeft verweer gevoerd tegen het uurtarief en dat een uurtarief van € 245,- volstaat. De rechtbank acht het aantal uren en het uurtarief van € 290,- gezien de ervaring en specialisatie van de advocaat redelijk. HDI zal veroordeeld worden in de kosten van het deelgeschil: € 5.965,30 vermeerderd met € 90,- griffierecht. 

Kosten

kosten geheel toegewezen

Resultaat

toe- en afgewezen