Twee ongevallen, één knie: hoofdelijke aansprakelijkheid en aanwijzing regelend verzekeraar

Eiser liep bij twee afzonderlijke ongevallen (2015 en 2018) knieletsel op. Omdat niet vaststaat welk ongeval de huidige knieklachten veroorzaakte, maar beide dat konden, oordeelde de rechtbank dat artikel 6:99 BW van toepassing is: beide verzekeraars zijn hoofdelijk aansprakelijk. Zurich werd aangewezen als regelend verzekeraar.

Hoofdelijke aansprakelijkheid – toegewezen. De knieklachten kunnen het gevolg zijn van beide ongevallen en zijn tenminste het gevolg van één ervan; artikel 6:99 BW is van toepassing. De rechtbank verklaarde voor recht dat Zurich als regelend verzekeraar de volledige schade dient te vergoeden, omdat het overleg tussen HDI en Zurich niet heeft geleid tot overeenstemming en art. 5 lid 2 van Bedrijfsregeling 7 in dat geval bepaalt dat de verzekeraar van de veroorzaker van het eerste ongeval als regelend verzekeraar optreedt, hetgeen Zurich is.

Het verzoek om een voorschot van €100.000 wees de rechtbank af, omdat eiser geen feiten heeft gesteld waaruit volgt dat op het punt van de bevoorschotting sprake is van een impasse, en omdat voor de begroting van het verlies aan verdienvermogen eerst onderzoek door een verzekeringsarts en/of arbeidsdeskundige nodig is, waarvoor in een deelgeschilprocedure geen plaats is.

De rechtbank veroordeelde HDI tot betaling van €4.994,05 aan openstaande buitengerechtelijke kosten, omdat 8 uur aan werkzaamheden niet nodig was geweest indien eiser HDI van meet af aan had geïnformeerd over het eerste ongeval en de betrokkenheid van Zurich. 

De rechtbank veroordeelde Zurich tot betaling van het volledige openstaande bedrag van €1.450,19 aan buitengerechtelijke kosten, omdat Zurich de redelijkheid en noodzakelijkheid van de werkzaamheden niet gemotiveerd hebben weersproken. 

De rechtbank begrootte de kosten van het deelgeschil op €9.648,00 inclusief btw en veroordeelde HDI en Zurich hoofdelijk tot betaling daarvan, omdat de opgegeven tijdsbesteding van 34 uur bovenmatig was en werd gematigd naar 28 uur, en het griffierecht niet €320,00 maar €331,00 bedroeg. 

Kosten

kosten geheel toegewezen<br />aantal uren verminderd

Resultaat

toe- en afgewezen

Wie van de twee? Allebei — artikel 6:99 BW lost het causaliteitsraadsel op.