Deelgeschil na verkeersongeval: rapport neuropsycholoog niet bindend, maar verzekeraar moet meewerken aan nieuw onderzoek en schaderegeling hervatten

Verzoekster is in 2016 aangereden en heeft letsel opgelopen. De aansprakelijkheid is erkend door verzekeraar NN. Nadien zijn meerdere medische expertises uitgevoerd, met tegenstrijdige conclusies over cognitieve klachten en het causaal verband met het ongeval.

De kern van het geschil is welk expertiserapport leidend is bij de schadebegroting.

De rechtbank oordeelt dat het neuropsychologisch rapport niet bindend is, omdat:

  • het niet volgens de professionele richtlijnen tot stand is gekomen (gebrek aan validiteitstests),
  • en het op essentiële punten haaks staat op het neurologisch rapport.

Wel acht de rechtbank het aannemelijk dat er klachten zijn, maar het causaal verband en de omvang zijn onvoldoende duidelijk. Daarom is een nieuwe gezamenlijke expertise nodig.

De rechtbank oordeelt dat het rapport niet bindend is, ondanks dat het op gezamenlijk verzoek is opgesteld. Doorslaggevend is dat het rapport niet voldoet aan de professionele standaard (o.a. ontbreken voldoende validiteitstests). Daarnaast wijken de conclusies wezenlijk af van het neurologisch rapport, waardoor het niet als leidend kan dienen.

Hoewel de rechtbank aannemelijk acht dat verzoekster klachten heeft, kan het causaal verband met het ongeval niet worden vastgesteld. Dit komt door tegenstrijdige medische rapportages en het ontbreken van voldoende objectieve onderbouwing. Het rapport waarop verzoekster zich baseert is daarvoor onvoldoende betrouwbaar.

De rechtbank acht een nieuwe expertise noodzakelijk omdat de bestaande rapporten tegenstrijdig zijn en geen duidelijkheid geven over de klachten en schade. Ook zonder neurologische afwijkingen kan een neuropsychologisch onderzoek zinvol zijn. NN moet daarom meewerken aan een gezamenlijk nieuw onderzoek.

Het verzoek om de belangenbehartiger te accepteren is niet geschikt voor een deelgeschil en daarom niet-ontvankelijk. Dit hangt samen met een breder conflict tussen NN en het kantoor van de belangenbehartiger. Wel moet NN de schaderegeling hervatten, omdat voortgang nodig is; een dwangsom acht de rechtbank niet nodig.

De rechtbank begroot de kosten op basis van de dubbele redelijkheidstoets en matigt het aantal uren aanzienlijk. Werkzaamheden die zien op het niet-ontvankelijke deel (belangenbehartiger) worden buiten beschouwing gelaten. Het uiteindelijke bedrag wordt volledig toegewezen, inclusief griffierecht en wettelijke rente.

Kosten

aantal uren verminderd

Resultaat

toe- en afgewezen