Deelgeschil over aansprakelijkheid na zedendelict

Verweerder is in het verleden strafrechtelijk veroordeeld vanwege het plegen van seksuele handelingen met verzoekster, terwijl hij wist dat verzoekster in verminderde staat van bewustzijn verkeerde (en dus geen toestemming kon geven).

In dit deelgeschil wordt de civiele aansprakelijkheid behandeld, nadat van de in de strafzaak gevorderde € 66.715,00 aan materiële schade en € 7.000,00 aan immateriële schade € 6.722,00 en € 5.000,00 waren toegewezen en verzoekster voor het overige niet ontvankelijk was verklaard (onevenredige belasting strafzaak). Verzoeker sprak verweerder daarvoor buiten rechte aan, maar dat werd niet beantwoord met een reactie.

Aansprakelijkheid wordt vastgesteld gelet op art. 161 Rv (de uitspraak in de strafzaak is in kracht van gewijsde gegaan). De feiten uit de strafzaak die daarmee vaststaan bieden immers voldoende grond om tot onrechtmatigheid te komen. Er was verweer gevoerd dat met name een causaliteitsverweer in de omvangsfase omvatte. 

Drie uren á € 265,- per uur voor het opstellen van het verzoekschrift is redelijk. Dat wordt aangevuld met twee uur reistijd en drie uur voor de zitting. De rechtbank begroot de deelgeschilkosten dus op 8 uur keer € 265,- exclusief btw (8 x € 265,- x 1,21 =) € 2.565,20, te vermeerderen met het griffierecht van € 90,- wat uitkomt op € 2.655,20 in totaal. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling daarvan. Dat verzoekster procedeert op basis van een toevoeging maakt dat niet anders. 

Kosten

kosten geheel toegewezen

Resultaat

toe- en afgewezen