Gederfde inkomsten na seksuele uitbuiting geen letselschade

Verzoekster vorderde schadevergoeding voor gederfde inkomsten (€ 24.910,-) na seksuele uitbuiting door verweerder. De rechtbank wijst het verzoek af. De gevorderde schade betreft niet-uitgekeerde verworven inkomsten wat geen schade door letsel is.

 

De rechtbank oordeelt dat dit verzoek geen zelfstandige betekenis heeft ten opzichte van de kern van het verzoek. Bovendien is in de vaststelling van het onrechtmatig handelen van verweerder al voorzien middels de uitspraak van de strafkamer. 

De rechtbank oordeelt dat het verzoek geen betrekking heeft op een deelgeschil. De gevorderde schade betreft niet-uitgekeerde verworven inkomsten (die door verweerder zijn geïnd en behouden) wat geen schade als gevolg van het letsel is. Het verlies van verdienvermogen ziet op het verlies van de capaciteit om inkomsten te verwerven door letsel, niet op het feit dat daadwerkelijk verworven inkomen niet aan verzoekster ten goede is gekomen. 

De rechtbank oordeelt dat de deelgeschilprocedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld én er geen sprake is van schade als gevolg van letsel. De kosten hoeven niet te worden begroot. 

 

Kosten

kosten niet begroot

Resultaat

afgewezen