Kopstaartbotsing door overstekend dier: achterligger aansprakelijk wegens onvoldoende afstand

Verweerder reed achterop de auto van verzoeker buiten de bebouwde kom. Verzoeker had zijn snelheid aangepast vanwege een overstekend dier. De rechtbank oordeelde dat verweerder een verkeersfout maakte door onvoldoende afstand te houden en niet adequaat te anticiperen op het gedrag van verzoeker.

 

Het verzoek is toegewezen. De rechtbank oordeelde dat verweerder een verkeersfout heeft gemaakt door onvoldoende afstand te houden en zijn rijgedrag niet adequaat aan te passen aan de verkeerssituatie. Het handelen van verweerder vormt een onrechtmatige daad o.g.v. artikel 6:162 BW. Er is daarbij geen sprake van eigen schuld aan de zijde van verzoeker, omdat hij zijn rijgedrag juist had aangepast op de verkeerssituatie (een overstekend dier). 

De rechtbank acht een matiging van de tijdsbesteding van 17 uur naar 11 uur redelijk. 11 uur x € 265,- x 21% + € 331,- grifferecht. De rechtbank veroordeeld Bovemij tot betaling van de kosten € 3.858,15. 

Kosten

kosten geheel toegewezen

Resultaat

toegewezen