Oogletsel door verkeerd desinfectiemiddel? Rechtbank wijst claim af

Een bezoeker van de Praxis in IJmuiden kreeg in 2020 Dettol badkamerreiniger in zijn rechteroog na het gebruik van een verkeerd aangeboden desinfectiemiddel. Hij stelt sindsdien oogklachten te ervaren en verzocht de rechtbank het causaal verband tussen het incident en zijn klachten vast te stellen. De rechtbank wijst het verzoek af, omdat een deskundige geen oogletsel of medische afwijkingen kon vaststellen die de klachten zouden kunnen verklaren.

Toegewezen – De rechtbank heeft het verzoek in behandeling genomen en beoordeeld of het geschikt was voor een deelgeschilprocedure. De rechtbank oordeelde dat dit het geval was, omdat een uitspraak over het causaal verband kon bijdragen aan de voortgang van de onderhandelingen tussen partijen.

Afgewezen – De rechtbank stelde vast dat het causaal verband tussen de klachten van verzoeker en het incident met de badkamerreiniger niet kon worden vastgesteld. Aangezien schadevergoeding afhankelijk is van een vastgesteld causaal verband, werd dit verzoek afgewezen.

Afgewezen – De rechtbank volgde het deskundigenrapport, waarin werd geconcludeerd dat:

  • er geen anatomische afwijkingen, oogletsels of pathologie in het rechteroog van verzoeker waren gevonden;
  • verzoeker geen functieverlies of beperkingen aan het oog had;
  • er een duidelijke discrepantie bestond tussen de klachten van verzoeker, de medische feiten en de bevindingen van de deskundige;
  • de deskundige geen oorzakelijk verband kon leggen tussen de klachten en de blootstelling aan de badkamerreiniger.

Kosten begroot op €3.696,60 – De rechtbank moest de kosten begroten op grond van artikel 1019aa Rv, zelfs als het verzoek werd afgewezen. Overwogen werd het volgende:

  • Het door de advocaat van verzoeker gehanteerde uurtarief van €340 excl. btw werd als te hoog beschouwd. De rechtbank stelde €280 excl. btw vast als redelijk tarief.
  • Het uurtarief dat de rechtbank hanteert, ligt, gelet op vergelijkbare zaken, aan de bovenkant van de gemiddelde gehanteerde uurtarieven binnen de rechtspraak zodat de rechtbank de kantoorkosten (in deze 4%) en de reiskosten daarin inbegrepen acht.
  • De rechtbank vond 7 uur aan werkzaamheden redelijk voor dit deelgeschil.
  • De kosten werden uiteindelijk vastgesteld op €2.371,60 (7 uur x €280 + 21% btw).
  • Hieraan werd het griffierecht van €1.325 toegevoegd.
  • De kosten voor medisch advies (€951,60) vielen niet onder het deelgeschil, maar onder de buitengerechtelijke kosten, en werden daarom niet in deze begroting meegenomen.
  • Totale begroting: €3.696,60

Afgewezen – De rechtbank oordeelde dat de proceskosten niet door Praxis en ASR vergoed hoefden te worden, omdat het verzoek tot vaststelling van het causaal verband was afgewezen. Dit betekende dat verzoeker zelf zijn proceskosten moest dragen.

Kosten

afgewezen<br />kantoorkosten afgewezen<br />uurtarief verlaagd

Resultaat

afgewezen