Pensioenopbouw na ongeval niet te verrekenen met VAV

Verzoeker liep bij een verkeersongeval polsletsel op waardoor hij niet meer als zelfstandig schilder kan werken. Na het ongeval ging hij in loondienst. Daarbij bouwt hij pensioen op, terwijl hij dat in zijn tijd als zelfstandige niet deed. Het deelgeschil gaat (onder meer) over de vraag of die pensioenopbouw kan worden verrekend met het VAV.

Ter zitting is een regeling getroffen op dit onderdeel.

Wat de rechtbank betreft is sprake van een causaal verband tussen het (zullen) verkrijgen van het pensioen en het ongeval. De pensioenopbouw moet echter worden gezien als een soort sommenverzekering, die dient voor uitgesteld inkomen dat pas later tot uitkering komt en die niet bedoeld is voor compensatie van het huidige VAV. 

​​​​​​​Verzoeker lijdt echter nu al schade door VAV en zou dubbel worden benadeeld als tot verrekening wordt overgegaan. Daarom kan verrekening van het opgebouwde pensioen volgens de rechtbank niet aan de orde zijn. 

Partijen zijn het niet over eens welke versie van de aanbevelingen in de berekening moet worden betrokken: die van maart 2023 of die van augustus 2024. Het meest voor de hand ligt om aansluiting te zoeken bij de recentste versie. 

De advocaat van verzoeker behandelt sinds 2019 letselschades, maar is niet aangesloten bij een specialisatievereniging en heeft niet de Grotius afgerond. Het tarief van € 290,00 per uur vindt de rechter daarom te hoog. De tijdsbesteding vindt de rechter ook te fors: de advocaat is al zes jaar betrokken bij deze zaak en zou daarom op de hoogte moeten zijn, waardoor 20 uur voor het opstellen van het verzoekschrift te veel wordt bevonden. 

 

18 uur in totaal wordt redelijk geacht, tegen € 245,00 per uur. De gestelde 6% kantoorkosten moeten buiten beschouwing worden gelaten. Die worden volgens de rechter al verdisconteerd in het uurtarief. 

Kosten

kantoorkosten afgewezen<br />aantal uren verminderd<br />uurtarief verlaagd

Resultaat

toe- en afgewezen