Vordering na fietsongeval verjaard. Voorlopig getuigenverhoor kan niet begrepen worden als onderhandeling. Daarnaast geen aansprakelijkheid vanwege ontbreken verkeersfout

Na een fietsongeval in 2015 vordert verzoekster schadevergoeding van de ouders van een minderjarige en hun verzekeraar. De rechtbank wijst dit af omdat de vorderingen zijn verjaard en niet is vastgesteld dat de minderjarige een verkeersfout maakte.

De rechtbank wijst het verzoek af. De vorderingen tegen zowel ouders als Achmea zijn verjaard. Er was geen (duur)stuiting door onderhandelingen in de zin van artikel 7:942 lid 3 BW. Het houden van een voorlopig getuigenverhoor kan niet als onderhandeling begrepen worden. 

Ten overvloede overwoog de rechtbank dat bovendien niet is vastgesteld dat de minderjarige een verkeersfout heeft gemaakt (getuigenverklaringen over de toedracht lopen uiteen en daarnaast staat niet vast dat de minderjarige op de verkeerde weghelft heeft gefietst omdat er geen asmarkering was en bovendien werd dit niet door verzoekster gesteld).

Het subsidiair gevorderde wordt ook afgewezen. 

 

 

 

De rechtbank matigt de uren omdat het gaat om een beperkt en overzichtelijk deelgeschil (er werd 26 uur gevorderd en de rechtbank begroot op basis van 20 uur). De rechtbank begroot de kosten op een totaal van € 6.171,00 (= 20 uur x € 255,00 x 21% btw, vermeerderd met griffierecht). Omdat aansprakelijkheid niet vast is komen te staan wordt Achmea niet veroordeeld in de kosten.

Kosten

afgewezen

Resultaat