Zat verzoeker ten tijde van het ongeval in het aangereden voertuig (of niet)?

Schampschade (met snelheidsverschil), waarbij het de vraag is om verzoeker ten tijde van het ongeval in het aangereden voertuig zat (en dan ook letselschade kan claimen bij de aansprakelijke verzekeraar). In de visie van de rechtbank heeft verzoeker dit bewijs geleverd, wat maakt dat a.s.r. als aansprakelijke verzekeraar de schade van verzoeker moet betalen.

Verzoeker en getuige hebben wezenlijk andere verklaringen afgelegd. Verzoeker stelt – onder ede – dat hij in het voertuig zat; Getuige stelt – onder ede – dat hij hem na het ongeval buiten de bus heeft zien staan bellen. De verklaring van verzoeker vindt echter steun in de door hem overgelegde stukken, wat niet geldt voor de verklaring van getuige.

Wat dat betreft is onder meer het volgende van belang:

  • Direct na het ongeval heeft verzoeker aan weginspecteur laten weten dat hij in de auto zat.
  • In het huisartsenjournaal wordt melding gemaakt van (betrokkenheid bij) een ongeval
  • Ook in overige medische stukken komt de aanrijding naar voren.
  • Verder komt de medisch adviseur tot de conclusie dat verzoeker in het betreffende voertuig zat

Dat partijen bij het invullen van het SAF anders dachten over de vraag naar gewonden bij het ongeval, maakt dit niet anders. Ook het rapport van een (deskundige) wordt terzijde geschoven, aangezien er geen uitspraak gedaan wordt over het wel/niet plaatsnemen in het voertuig.

Verzoek = € 9.424,69, uitgaande van 23,8 uur x € 255,– / € 320,– x 21% BTW. Matiging aantal uur en matiging aantal uur LSA-advocaat. Geen matiging aantal uur advocaat-stagiaire.

Begroting = € 21,8 uur x € 255,– / € 320,– = € 7.031,31, plus een veroordeling.

Kosten

aantal uren verminderd<br />uurtarief verlaagd

Resultaat

toegewezen

In de 1e plaats is het een bijzonder ‘deelgeschil’ aangezien, bij de mondelinge behandeling duidelijk werd dat aanvullend bewijs nodig was. Daar is in principe geen ruimte voor, in deelgeschil. Toch werd besloten – in overleg met partijen – om eerst verzoeker en getuige te horen. Na het getuigenverhoor werd overigens meteen de mondelinge behandeling (deelgeschil) voortgezet. Partijen besloten om af te zien van een conclusie na enquête. In de 2e plaats de kosten van deelgeschil, t.a.v. het uurtarief voor een advocaat-stagiaire en een LSA-advocaat. Dit lijkt toch echt niet in lijn te zijn met heersende jurisprudentie, zeker niet t.a.v. de advocaat-stagiaire.