Vordering na fietsongeval verjaard. Voorlopig getuigenverhoor kan niet begrepen worden als onderhandeling. Daarnaast geen aansprakelijkheid vanwege ontbreken verkeersfout
Na een fietsongeval in 2015 vordert verzoekster schadevergoeding van de ouders van een minderjarige en hun verzekeraar. De rechtbank wijst dit af omdat de vorderingen zijn verjaard en niet is vastgesteld dat de minderjarige een verkeersfout maakte.
Aanrijding artikel 185 WVW: 75% eigen schuld slachtoffer en geen verdere billijkheidscorrectie dan tot de ‘standaard’ 50%
Er is sprake van een aanrijding tussen een elektrische bakfiets en een snorscooter. De rechtbank oordeelde dat de bakfietser voor 75% verantwoordelijk was omdat zij geen voorrang verleende. De snorscooterbestuurder droeg 25% bij aan het ongeval. Er werd geen billijkheidscorrectie toegepast en verzekeraar vergoedt 50% van de schade van de bakfietser.
Fietser verleent geen voorrang aan scooter: rechtbank beperkt aansprakelijkheid verzekeraar tot 50%
Een fietser stak een voorrangsweg over en verleende geen voorrang aan een scooter. De rechtbank oordeelt dat dit een ernstige verkeersfout is. Eventuele fouten van de scooterrijder wegen minder zwaar. Daarom blijft de aansprakelijkheid van de verzekeraar beperkt tot 50% op grond van art. 185 WVW en art. 6:101 BW.
VVE aansprakelijk voor valpartij fietser op gladde hellingbaan parkeergarage
Fietser viel op nat tussenplateau van hellingbaan parkeergarage appartementencomplex. VVE wist sinds 2015 van gladheidsrisico en eerdere valincidenten, maar nam geen maatregelen. Rechtbank oordeelt dat VVE onrechtmatig handelde door geen waarschuwingsbord aan te brengen. Eenvoudige, goedkope waarschuwing had verhoogde alertheid bij fietser bewerkstelligd en val waarschijnlijk voorkomen.
Scooterrijder reed te hard en midden op de weg: verzoek aansprakelijkheid afgewezen
Scooterrijder botste tegen auto tijdens bocht. Rechtbank oordeelt dat autobestuurder geen verkeersfout maakte. Scooterrijder lag na ongeval 2-3 meter van trottoirband, dus midden op weg. Bij gereden snelheid van 15 km/uur had hij autobestuurder moeten zien; rechtbank concludeert dat hij harder reed dan hij heeft verklaard en autobestuurder niet zag door te hoge snelheid.
Verzekeraars niet gebonden aan NRL-berekening van het verlies aan verdienvermogen
In een deelgeschil vorderde verzoekster dat bepaald zou worden dat de verzekeraars gebonden waren aan een NRL-berekening van haar inkomensschade. De rechtbank oordeelde dat uit correspondentie niet blijkt dat partijen medische causaliteit en blijvende arbeidsongeschiktheid als vaststaand hadden aanvaard.
Rechtbank Midden-Nederland niet bevoegd, verwijzing naar rechtbank Den Haag
In een deelgeschil over vermeende onrechtmatige geweldsaanwending door de Staat oordeelt de rechtbank dat zij relatief onbevoegd is. Op grond van de bevoegdheidsregels voor deelgeschillen is rechtbank Den Haag bevoegd, zodat verwijzing volgt.
Deelgeschil over aansprakelijkheid na zedendelict
Verweerder is in het verleden strafrechtelijk veroordeeld vanwege het plegen van seksuele handelingen met verzoekster, terwijl hij wist dat verzoekster in verminderde staat van bewustzijn verkeerde (en dus geen toestemming kon geven).
In dit deelgeschil wordt de civiele aansprakelijkheid behandeld, nadat van de in de strafzaak gevorderde € 66.715,00 aan materiële schade en € 7.000,00 aan immateriële schade € 6.722,00 en € 5.000,00 waren toegewezen en verzoekster voor het overige niet ontvankelijk was verklaard (onevenredige belasting strafzaak). Verzoeker sprak verweerder daarvoor buiten rechte aan, maar dat werd niet beantwoord met een reactie.
Niet kan worden verlangd dat verzoeker aan de slag gaat als werkvoorbereider om schade in de sfeer van VAV te voorkomen
Ongeval uit ’21, bromfiets vs. auto, waarbij verzoeker – opzittende van de bromfiets – orthopedisch letsel oploopt, met blijvende beperkingen. Het buitenrechtelijke traject verloopt stroef, met o.a. diverse dreigingen van procedures, discussies over begeleiding, carrièreperspectief, afronding opleiding (tot werkvoorbereider) en het opstarten van een eigen onderneming. Het buitengerechtelijke traject ging gepaard met lange reactietermijnen. Het komt uiteindelijk tot een deelgeschilprocedure, met meerdere verzoeken, o.a. voor wat betreft de vraag of van verzoeker verlangd kan worden dat hij nu al akkoord moet gaan met werk in loondienst als werkvoorbereider, ter voorkoming/beperking van schade. De rechtbank meent dat dit niet van verzoeker verlangd kan worden.
