Categorie BGK

Pensioenopbouw na ongeval niet te verrekenen met VAV

Verzoeker liep bij een verkeersongeval polsletsel op waardoor hij niet meer als zelfstandig schilder kan werken. Na het ongeval ging hij in loondienst. Daarbij bouwt hij pensioen op, terwijl hij dat in zijn tijd als zelfstandige niet deed. Het deelgeschil gaat (onder meer) over de vraag of die pensioenopbouw kan worden verrekend met het VAV. 

Twee verkeersongevallen, erkende aansprakelijkheid, maar geen aanvullend voorschot wegens onzeker causaal verband; buitengerechtelijke kosten deels toegewezen

Na twee aanrijdingen met erkende aansprakelijkheid verzoekt verzoeker een aanvullend voorschot. De rechtbank wijst dit af wegens onvoldoende onderbouwing van het causale verband, mede door relevante pre-existente klachten en het ontbreken van medische informatie. Buitengerechtelijke kosten worden gematigd toegewezen.

Niet kan worden verlangd dat verzoeker aan de slag gaat als werkvoorbereider om schade in de sfeer van VAV te voorkomen

Ongeval uit '21, bromfiets vs. auto, waarbij verzoeker - opzittende van de bromfiets - orthopedisch letsel oploopt, met blijvende beperkingen. Het buitenrechtelijke traject verloopt stroef, met o.a. diverse dreigingen van procedures, discussies over begeleiding, carrièreperspectief, afronding opleiding (tot werkvoorbereider) en het opstarten van een eigen onderneming. Het buitengerechtelijke traject ging gepaard met lange reactietermijnen. Het komt uiteindelijk tot een deelgeschilprocedure, met meerdere verzoeken, o.a. voor wat betreft de vraag of van verzoeker verlangd kan worden dat hij nu al akkoord moet gaan met werk in loondienst als werkvoorbereider, ter voorkoming/beperking van schade. De rechtbank meent dat dit niet van verzoeker verlangd kan worden. 

Automobilist moet 80% van schade voetganger vergoeden; geen aanvullend voorschot; vordering tegen Crawford & Company niet-ontvankelijk

Het deelgeschil ziet op een verkeersongeval waarbij een toen 16-jarige voetgangster werd aangereden door een bestelauto terwijl zij een weg overstak om een stilstaande GVB-bus bij een bushalte te bereiken. De auto reed langs de bus en kwam voor de voetgangster van rechts. De voetgangster liep daarbij een gecompliceerde beenbreuk op waarvoor operatief ingrijpen noodzakelijk was.

De WAM-verzekeraar van het voertuig is AXA, een buitenlandse verzekeraar. Crawford & Company behandelt de schade namens AXA, maar kan in dit geval niet in rechte worden betrokken. De vorderingen tegen Crawford & Company worden niet-ontvankelijk verklaard. 

De rechtbank stelt voorop dat de bestuurder en de eigenaar van het motorvoertuig op grond van artikel 185 WVW in beginsel aansprakelijk zijn voor de schade van een niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemer. Van overmacht was geen sprake en daarop is ook geen beroep gedaan. Vervolgens beoordeelt de rechtbank of en in hoeverre sprake is van eigen schuld aan de zijde van de voetgangster in de zin van artikel 6:101 BW.

Bij de causaliteitsafweging oordeelt de rechtbank dat de voetgangster in aanzienlijke mate heeft bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval doordat zij de rijbaan is overgestoken zonder de naderende auto op te merken en zonder deze voorrang te verlenen. De stelling van de automobilist dat de voetgangster plotseling tussen stilstaande bestelbusjes opdook, acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd.

Daartegenover stelt de rechtbank vast dat de automobilist met een snelheid van circa 40 km/u is doorgereden langs een stilstaande bus bij een bushalte, terwijl hij rekening had moeten houden met overstekende voetgangers. Daarmee heeft hij zijn snelheid onvoldoende aangepast aan de verkeerssituatie en onvoldoende voorzichtigheid betracht.

Bij de toepassing van de billijkheidscorrectie weegt de rechtbank zwaar mee dat de voetgangster ten tijde van het ongeval minderjarig was, dat haar een beperkte mate van verwijt kan worden gemaakt en dat zij aanzienlijk letsel heeft opgelopen. Ook speelt een rol dat de automobilist als bestuurder van een motorvoertuig een verhoogde zorgplicht heeft en verzekerd is. Deze omstandigheden rechtvaardigen een aanzienlijke correctie in het voordeel van de voetgangster.

Alles afwegende stelt de rechtbank de eigen schuld van de voetgangster vast op 20% en bepaalt zij dat 80% van de schade voor rekening komt van de automobilist en de voertuigbezitter. Een aanvullend voorschot op de schadevergoeding wijst de rechtbank af, omdat onvoldoende inzicht bestaat in de omvang van de schade en omdat latere ongevallen mogelijk mede van invloed zijn geweest op de huidige klachten.

Juridisch causaal verband en voorschotten bevestigd, COA deels onzorgvuldig

Verzoeker werd op het COA-terrein aangereden door een golfkar. De rechtbank oordeelt dat zijn rug- en beenklachten juridisch causaal samenhangen met het ongeval. COA moet een substantieel voorschot betalen en heeft door trage en onzorgvuldige schadeafwikkeling deels onrechtmatig gehandeld, wat leidt tot vergoeding wegens secundaire victimisatie.